|
|
||
| Waaruit bestaat eigenlijk een boomstam? De schors is de huid van een boom. De schors beschermt het onderliggende weefsel. Direct onder de schors bevindt zicht de bast. Door de bastvaten gaat het voedsel van de bladeren naar andere delen van de boom. Onder de bast zit het zogenoemde cambium. Dit is de groeilaag. De buitenzijde hiervan wordt bast. De binnenzijde wordt hout. De binnenste houtcellen in de stam vormen een stevige ruggengraat voor de boom. Dit is het kernhout. Binnen in de stam zit het spinthout. Via het spinthout gaat het water, met voedsel, van de wortels naar de bladeren. De bladeren maken het voedsel daarna bruikbaar voor de boom. |
||
|
1. De schors van deze boom op Bastion Oranje is zeer gegroefd. Welke boom is dit? Antwoord bij 1. |
|
|
2. Deze boom in de Casinotuin heeft een zeer gladde schors. Welke boom is dit? Antwoord bij 2. |
|
|
3. De in grote stukken afbladderende schors en de gelige plekken zijn zeer kenmerkend voor deze stadsbomen op Bastion Oranje. Welke bomen zijn dit? Antwoord bij 3. |
|
|
4. De winterzon schijnt op deze verticaal gescheurde, bijna zilverkleurige schors. Welke boom is dit? Antwoord bij 4. |
|
|
5. De bruine schors van deze reus in de Casinotuin schilfert een beetje. Welke boom is dit? Antwoord bij 5. |
|
|
6. De schors van deze boom kenmerkt zich door de draai beweging. Deze boom staat aan de Parade Welke boom is dit? Antwoord bij 6. |
|
| Jaarringen In de loop der tijd groeien vaatbundels in de stam samen tot ringen. In het voorjaar zijn de cellen licht van kleur, doordat er veel sap doorheen gaat. In de zomer is de kleur donkerder. Het hout van één jaar is een band van licht hout en donker hout samen: een jaarring. Houtsoorten verschillen sterk in de breedte van hun ringen. Per individuele boom kan de breedte ook uiteen lopen, naar gelang de omstandigheden door de jaren heen. |
Meer informatie Veel informatie over het herkennen van bomen kunt u vinden op de website van de Bomengids |
|
| Home | Terug naar boven | Antwoorden 1. Robinia pseudoacacia ofwel gewone acacia In de groeven van de acaciaschors kunnen talrijke beestjes een schuilplaats vinden. Het hout van deze boom is erg sterk en wordt wel aangeduid als 'inlands hardhout'. Maar de boom werd begin 17de eeuw ingevoerd vanuit Amerika. 2. Fagus sylvatica pendula ofwel treurbeuk De schors van de beuk is 'elastisch' en scheurt dus nauwelijks tijdens de diktegroei. Maar de schors is ook kwetsbaar voor zonlicht, vandaar de afhangende takken! De gewone beuk is al lang in ons land; de treurbeuk sinds medio 19de eeuw. 3. Platanus ofwel plataan De plataan laat bij de groei zijn schors in grote plakken vallen. Zo raakt hij ook vervuilende stoffen kwijt. Deze eigenschap maakt hem geschikt voor in de autorijke binnenstad. Deze boom is sinds medio 17de eeuw in Europa. 4. Betula ofwel berk Spechten gebruiken de scheuren van de berkenschors wel als aambeeld om noten te kunnen openmaken. De sapstroom in de stam komt al kort na nieuwjaar op gang en is goed hoorbaar ... met een stethoscoop! Echt een boom van deze streken. 5. Acer pseudoplatanus ofwel gewone esdoorn De schorsschilfers van de esdoorn zijn kleiner en roodbruiner dan die van de plataan. Het hout is roomwit en geschikt voor de meubelmakerij. De plataan is al lang in onze contreien aanwezig. 6. Aesculus hippocastanum ofwel Paardekastanje De typische schors van deze boom is gedraaid. In het voorjaar met witte of rode bloemtoortsen. Naast de Paardekastanje is er ook de Wilde kastanje (Castanea sativa) Ook de kastanje is al lang in onze omgeving aanwezig. |